Mijn benen vertellen de hersenen dat het vandaag niet goed komt. Op de Dag van Arbeid schuif ik mijn fiets in de auto en rijd naar Oudenaarde, startplaats van de jaarlijkse Superklassieker. Deze toertocht voor wielertoeristen kent een uitgebreid keuzemenu. Voor elk wat wils. Maar de echte Flandrien kiest voor de tocht naar Roubaix en terug, het beste van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Twee wielerklassiekers samengebald in de Superklassieker. Maar helaas heb ik geen superbenen. De wind blaast in de verkeerde richting. De kasseistroken lopen moeizaam en de hoogtemeters vreten energie. De eerste bevoorrading is op een hoogte van 146 meter, een gemene puist in een stuk niemandsland in de provincie Henegouwen. Het rondje over de beroemde velodroom in Roubaix is natuurlijk prachtig. Even waan je je Turbo Tom, maar dan denk je alweer aan de tocht terug naar Oudenaarde. Ik heb wel eens beter gedokkerd over de stenen. Uitgeput lig ik thuis in bad en niet veel later uitgeteld op bed. Het zal wel de leeftijd zijn. De velo staat weer op stal. Blijven dromen, jongen, blijven dromen.