Een meisje met rood haar, dikke bril en puisten komt de behandelkamer binnen. Zijn stelt zich voor als dokter-stagiair, zesdejaars. 'Zeg eens meneer, wat er is gebeurd?'
Meneer heeft na het hardlopen een douche genomen, stapt vervolgens met een been uit de douchekabine, glijdt uit en komt ongelukkig ten val. Er ligt bloed op de tegels, nadere inspectie leert dat er een 'hap' uit de linkerhiel is. De hiel ligt helemaal open en ik ben alleen thuis.
Drie kwartier later lig op op een bed in de eerste hulppost van het ziekenhuis. De dokter-stagiair verwijderd het noodverband en schrikt van de wond. 'Ik zal maar handschoenen aantrekken', bedenkt zij zich. Het doorbloede gaasje dat op de grond is gevallen wil zij opnieuw op de open wond leggen. Als ik daarover een opmerking maak, beseft zij haar eigen onhandigheid. Twee basisfouten binnen de minuut. De stagiar haast zich uit de kamer, op zoek naar de arts-leermeester.
De kordate verpleegster wekt neer vertrouwen en behandelt de wond zoals het hoort.
Ik mag weer naar huis, in de wetenschap dat mijn looptraining voor enige weken onvrijwilig onderbroken is. Een dag later heb ik mijn auto - een automaat - tot tweemaal toe op een parkeerplek voor gehandicapten neergezet. Zonder schroom. Elk nadeel heeft zo zijn voordeel.