Ik sta al bijna vier weken aan de kant. Geen meter hard gelopen, op een sprintje naar de metro na dan. Een spurtje op mijn tenen. De wond aan de hiel die ik overhield aan een val in de douche geneest langzaam, maar belet me van enige trainingsarbeid op mijn Pajotse veldwegen. Net nu het voorjaar er aan komt en de kilometers in de benen moeten zitten, lig ik 's avonds thuis op de bank. Niet met een zak chips en een sixpack binnen handbereik, al zitten de demonen in mijn hoofd te pushen. Mijn gemoedstoestand heeft veel weg van een winterdepressie. Zondag was de fiets het alternatief voor hardlopen. Dat moet immers ook gebeuren, maar fietsen geeft niet hetzelfde voldane gevoel als pakweg 10 kilometer hardlopen. Ik moet geduld hebben, prent ik mezelf in. Nu de loopschoenen aantrekken en de genezing helemaal om zeep helpen is niet verstandig. Maar de tijd dringt en het geduld raakt op. Vanavond maar weer een ritje op de rollers in de kelder met een dvd van de Ronde van Vlaanderen ter inspiratie.
Reacties